columns

Ik heb het altijd willen doen: een boek schrijven. Mijn voortdurend zoeken naar nieuwe uitdagingen staat hiervoor een beetje in de weg, maar nu en dan waag ik me aan een kleine column-achtig schrijfsel. Veel leesplezier.

Reisverslag – 18 juli 2020

Lees hier het reisverslag van mijn Frankrijk-reis in de zomer van 2020

Corona 2 – 9 mei 2020

Corona, wat een onderwerp! Ik dacht daar moet ik toch eens iets over schrijven. Kan je je voorstellen hoe ik me voelde toen ik zag dat ik het reeds deed? Op zoek dan maar naar een andere titel, of een ander onderwerp, want ik heb zin om te schrijven. Mijn overactieve brein vindt al snel een oplossing: de titel wordt Corona 2. Als in twee. Ik ben tevreden met die creatieve uitspatting. Het onderwerp wordt bijzaak.
Maar eerst even terug naar mijn gevoelens. Je weet wel, toen ik zag dat ik in herhaling dreigde te vallen. De angst om dat te doen, in herhaling vallen, zou een goed onderwerp kunnen zijn om over te schrijven. Krachtig. En herkenbaar ook. Maar oneerlijk, want ik ben voor niets bang. Fearless. Ik val al heel mijn leven in herhaling en de meeste mensen rondom mij nog veel meer. God wat heb ik mijn moeder veel horen zeggen dat ik mijn ellebogen van tafel moest halen en hoeveel keer heeft mijn ietwat naar autisme en patchouli riekende buurvrouw het al gehad over het feit dat die schijtlelijke spar een klein kerstboompje was dat ze plantte in het jaar dat ze haar communie deed. Ik vraag me in een vlaag van toekomstvisie af of ze haar laatste sacramenten zal krijgen op het ogenblik dat mijn bijl met een gracieuze zwier tegen de onderstam van het misbaksel inhakt. Fearless!

Ik liet me even gaan, excuseert u me. Daar gaat het natuurlijk niet om.
Waar het wel om gaat is mijn geheugen. Hoe in ’s hemelsnaam kan ik nu vergeten zijn dat ik het virale onderwerp al eens eerder aansneed? En dan nog wel op gezichtenboek, én op mijn website! Dat is herhaling: één van de didactische basisprincipes die we hanteren om de – dezer dagen met stijltang ontkrulde – hersenen van onze arme leerlingen te bewerken zodat we er zeker van zijn dat ze pi onthouden tot twee cijfers na de komma. Ja, u leest het goed: NA. DE. KOMMA!
Stilletjes aan dringt het tot me door. Het moet er altijd al geweest zijn. Mijn ogen sluiten zich en traag scant mijn innerlijke zicht de dag af. De week ook, het jaar. Mijn leven. Ik sta een fractie van een seconde stil bij iedere maaltijd die ik me herinneren kan. Ik heb een nogal sterk visueel geheugen, dat moet u weten. Een geheugen dat keihard getraind is om tussen bergen rommel precies dat gele schroevendraaiertje met de de zelfgeslepen punt te vinden dat ik zeven maanden en drie dagen geleden gebruikte om de koplamp van mijn zoon’s antieke fiets mee te bewerken. U glimlacht? Dan kent u mijn vader nog niet. Mijn visueel geheugen is erfelijk beter getraind dan een overgemotiveerde Talibani in een door Trump gesponsord sahel-kamp.

Ik zie het voor me, zelfs daarnet nog bij het verorberen van de zelfgebakken snee meergranenbrood met geitenkaas en confituur. Want dat is lekker, geitenkaas en confituur. Mijn ellebogen. Ik zie ze: op de tafel!
Wat eerst sijpelde is nu wel een vloed van besef geworden. Een besefsvloed als het ware: Als ik al niet kan onthouden wat mijn moeder me met haar penetrantheid inhamerde, hoe lang moet die sluipende degradatie van mijn hersenen al niet bezig zijn? Wat ben ik nog allemaal vergeten?
Ben ik fundamentele zaken uit het oog verloren? Is het daarom dat ik de laatste weken niemand meer over de vloer krijg? Moest ik gisteren niet ergens zijn waarvan ik niet meer weet hoe ik aan de afspraak kwam?

Eerlijk? Ik heb er geen idee van. Het zal wel de schuld van Corona zijn. Of de sossen. Of de Chinezen. Dat zit dus wel goed. Ik kalmeer.

Mijn geheugen is net goed genoeg als je ’t mij vraagt. En zo niet, schrijf ik het wel op lijstjes. In atomaschriftjes. Op hoekjes van rondslingerende A-viertjes.. En op post-it’s in kleurrijke varianten.
Want ik zie ze, die briefjes. Ik zie ze met mijn ogen dicht in de groeiende berg van chaos en puin. Er is hoop.

Morgen is het moederdag. Mijn moeder is dood. Ze hield niet van sparren en kreeg geen heilige sacramenten.
Maar ik weet het nog. Ik weet háár nog.

Corona 1 – 26 maart 2020

Hier zitten we dan. Hier zit ik dan. De geur van vers gemaakte soep in de neus en pijn in de nek.
Dat laatste neem ik er graag bij. Graag is veel gezegd. De onthaasting van de laatste dagen lokte me naar wat ik al lang niet meer deed: een boek lezen. Beter dan de beste TV. Lokkend. Handig ook: een boek in bed, een boek op een stoel in de zon, een boek in de zetel, een boek op de vloer. De stijfheid in de nek is het enige nadelige gevolg. De osteopaat mag me niet meer aanraken. Hij wil het wel en geloof het, ook ik zou niets liever hebben. Het is te zeggen: nog liever zou ik een goede massage krijgen van geliefde handen. Of een hot-stone-massage in een oord van geurende ontspanning. Maar het mag niet. Het creatieve surrogaat geeft geen voldoening maar het is een kleine troost. Het kussen op de houten vloer. Het rollen over de tafel, het rekken over de leuning van de stoel. Al lezen in de niet loslatende pagina’s die het fantasievolle avontuur ontrollen en ondertussen het draaien naar links, naar rechts, naar onder. Het rechter zitten, het uitstrekken van de armen tot de zachte kramp van armspieren vuriger wordt dan het steken van de wervels.

Ik vervloek het boek! Het is de duivel. Maar ik vervloek dat kleine virus nog veel meer. Covid-19. Ik spreek het uit. Ik spuug het uit. Hoewel. Het brengt wel ontspanning, dat moet gezegd. Tijd. Het nieuwe kalibreren van de tijd. Het hervallen in meer natuurlijke plooien. Het virus dwingt zacht tot inzichten. Het dwingt tot nadenken over nietigheid en grootsheid, over het leven en de onzin van de rush waarmee de maatschappij ons al jaren meesleept. Er is slechts één element dat dit natuurlijke ritme verstoord. Eén element dat ervoor zorgt dat ik niet ga slapen met het ondergaan van de zon en opsta met het krieken van de dag.

Ik zou oneerlijk kunnen zijn en zeggen dat ik als een nieuwgeboren prille leerkracht mijn taak-in-corona-tijd zeer serieus neem. Ik zou kunnen zeggen dat ik mooi om 8u30 achter mijn bureau zit en taken maak voor al die arme leerlingen die godbetert eenzaam thuis zitten te verlangen om weer op de harde schoolbanken te zitten luisteren naar de wijzen die met hun monotone geleuter hun hoofden doen barsten. Ja, ik weet het zeker: ze verlangen naar thuiswerk. Véél schoolwerk om niet naar youtube-filmpjes te hoeven kijken. Ik ben overtuigd!
Ik zou de leerplandoelen kunnen bestuderen en analyseren en mijn creativiteit de vrije loop kunnen laten om hieruit fenomenaal leuke en motiverende taken te ontwikkelen.
Ik doe het wel, werken. Maar op mijn tempo. Wanneer ik wil, er zin in heb. En gewoon wat moet of kan, meer niet.
Maar dat is het niet: dat éne dat me tegenhoudt het ritme van de aarde te volgen.

Ik heb ook nog wat te doen voor mijn klanten en de boekhouding moet in orde zijn zodat binnen een handvol dagen de BTW controleurs iets te doen hebben. En liefst niet dat wat ik vrees, namelijk het veel te grondig analyseren van mijn cijfers om me daarna op de vingers te tikken. Ja, dat moet ook, maar ik doe het rustig. Me komen controleren mogen ze toch niet.
Osteopaten en BTW controleurs zijn gelijken in deze tijden. Ze mogen niet.

De geur van soep wordt sterker. Achter mij prikkelt het pruttelen van de pot mijn sensoren. De honger komt traag, net zoals de rest. Op zijn eigen tempo. Ik heb geduld, het komt wanneer het komt.

En tegelijkertijd is het er weer: de drang. Diezelfde drang die me gisterenavond wakker hield. Me tot ver na het neervallen van het nachtelijke deken de ogen liet open houden. Me liet turen door mijn vermoeide ogen, dwars door de lenzen van mijn bril. De drang naar dat éne.

Ik weet het al, morgenochtend als de merels hun eigenzinnige jazz aan het raam van mijn zolderkamer het ochtendgloren in sturen, zal ik te vroeg wakker zijn. Waar ik me normaal weer zou omdraaien om nog een dik uur te tukken, zal dat niet lukken. Ik zal mijn ogen traag openen, de tranen van de nacht aan de achterkant van mijn handpalmen wrijven. Ik zal kijken hoe laat het is en zien dat de klok op 7u12 staat of 7u04. Ik zal het derde kussen nemen en mijn rug wat steunen, hopend op het langverwachte kraken van de wervels. Ik zal dat ene ter hand nemen dat me dwingt de adem van de dag te rekken. Het grommen van mijn maag het zwijgen op te leggen en het zwellen van mijn blaas te negeren.

Het boek. Het verdomde boek!

Een zondagochtend – 18 maart 2018

Zondagochtend. Leve de bancontact app!
Je zal je misschien afvragen hoe zo’n gedachte in ’s hemelsnaam op een ochtend als deze in een mens opborrelt. Wel…
We gaan nieuwjaren. Het is laat op’t jaar, dat geef ik toe, maar het kind moet een naam hebben. Vrienden op bezoek voor de brunch. Terwijl ik onder de veel te lange en veel te hete douche wakker probeer te worden, ordenen mijn hersenen spontaan enkele gebeurtenissen uit het verleden en de toekomst. Kadootjes! Ik ging er gisteren nog enkele kopen, maar was alweer te laat aan het shoppen. Dus geen kadootje voor de alleraardigste Cas. Dat moet vandaag gebeuren. De Suprabazaar is open, en de Euroshop. De Euroshop is 12km, de Suprabazaar 14, zo zegt een snelle blik op ons aller googlemaps. De tafel staat mooi gedekt, daar zorgde Anneke voor, en mag niet verstoord worden. Om de eerste ochtendhonger te stillen, grabbel ik bijna simultaan een banaan uit het fruitmandje en de autosleutels uit het rommelpotje.
Het is 9u15 en ze komen om 10u. 45 minuten moet net genoeg zijn!
Ik rij gezwind de straten van Ursel uit. Net op tijd merk ik huizen en straten op die niet op de weg naar de Euroshop liggen. Door de zoveelste slaap-arme nacht begint mijn brein, ondanks de ingedrongen shampoo van Loreal, te snel en te eenvoudig op automatische piloot te werken. Neen, ik ga vandaag niet naar het werk. Net op tijd beslis ik links af te slaan en via ’t Boerenparlement de shortcut te nemen. De kleine baantjes. Korter en leuker dan de grote baan!
Bijna op routine rij ik achter het bos door tot voor mij een wegversperring eenzaam op zijn sokkel staat te rusten. Weg versperd. Mmmm… vreemd, zou ik er door kunnen? 200m verder is er een gat in de beton. Neen dus. Een spurtje in achteruit, een mooie Vlaams aangelegde oprit op, kar keren en verder richting Kruipuit. Daar kan ik links om via Adegem industrieterrein te rijden.
Niet dus: weg onderbroken. Shit, als ik nu verder rij zit ik bijna in Eeklo. Alweer keer ik met een flair mijn vierwieler om meteen geconfronteerd te worden met een rond rood bord met een witte streep door. Seriously? Hebben ze dat baantje vannacht éénrichting gemaakt? Rij ik erdoor of niet? Toch maar niet. Het is 9u30. Mijn hart begint wat sneller te bonzen. Rechts dan maar, terug naar de baan en naar Ursel. Was dat maar waar! Rechts is de doorgang naar Oostwinkel afgesloten. Er is maar één oplossing: rechtdoor naar Adegem. OK, OK, ik kan het nog halen. Wat extra gas en binnen de 3 minuten rij ik op de baan naar Adegem. Haha, onze vrienden komen van Adegem, stranks kom ik ze nog tegen! Terwijl die gedachte als een schim voorbij schiet, doemt voor mij een ruige vlakte op. Bergen en dalen én een groot bord. De neef van het eerdere eenzame ding een paar kilometer terug. Weg afgesloten. 9u36. Ik kan 2 dingen doen: terug naar Ursel via Ooswinkel, of rechts via de omleiding rond Adegem naar Maldegem. Waze zal het weten. De app is zeer wijs. Hij zegt me rond Adegem te rijden. Waze heeft altijd gelijk, ik volg ‘m. Om 9u42 sta ik ip de baan Eeklo-Adegem en ga rechts. Wijze Waze verwittigt me nog even dat er snelheidscontrole is. Niet nodig. Voor mij rijdt een sliert veel te kleine autootjes met 70-plussers. 36km/u staat er op mijn dashboard. Ze gaan naar de vinkenzetting, kan niet anders. Of de duiven lossen. Eén voor één verdwijnen pépé, pépe en de laatse nog levende broer van pépé links en rechts. Ik ga even boven de 70km/u en om 9u49 sta ik aan de winkel. Snel! Snel!! Ik ben van plan een staaltje van mannelijk shoppen te vertonen en stap de shop binnen, ga direct rechts en loop vlot tussen de gangen naar de speelgoedafdeling. Mijn hoofd draait bij elke rij even links-rechts en aan de laatste rij spot ik de winkelbediende. Ze plaatst een pallet met bruine dozen vlot en op de millimeter juist tussen de basketbalringen en de groene zakken. Ze is detaillist! Haar moet ik hebben! Ik heb gelijk, op mijn vraag antwoord ze met een precisie zoals je zelden ziet bij mensen met grijze schorten. Gang door, 3e rek, 2e schap onderaan. Daar liggen de speelgoed boks-zakken. De gang verder bij de fitness, liggen de betere. Beter is overschat, ik ga naar het speelgoed. 18,6sec later sta ik aan de kassa. Het is 9u59. Ik neem voor het eerst van mijn leven de juiste kassa. Er staat maar één dame met één spul voor me. Ik ben meteen aan de beurt en terwijl de verplicht vriendelijk kijkende jongedame de barcode-scan-biep tevoorschijn tovert, gaat mijn hand naar mijn linker binnenzak, op zoek naar de portefeuille. NEEEEN! AAARG! Die is er niet. Razendsnel controle van de andere zakken. En dan het beeld in mijn nu toch al iets wakkerdere brein van het leren ding op het kastje thuis. Mijn wanhoop verspreidt zich als een aangewakkerde bosbrand in de ruimte. De man achter me voelt het en zegt rustig: “De bancontact app?” ik zeg te denken dat je daar niet mee kan betalen in deze winkel. Hij glimlacht en zegt, ik geef je cash en jij betaalt mij met de app. De hemel op aard! De engelen nedergedaald! Ik doe het vlotjes en sta 2min later aan de inpaktafel. De man naast me is diezelfde kerel, die me ook de plakkertjes overhandigt. Ik ben geen homo, maar verliefd. Ik zou ’n pintje willen gaan drinken met de kerel, maar het is 10u05 en de gasten zullen wachten!
Ik neem de grote baan. Dat had ik meteen moeten doen. Ik rij snel en weet waar de flitspalen staan. 10u18 ben ik thuis.
De gasten zijn er niet. Ze laten weten dat ze al 15min aan ’t rondrijden zijn van Adegem naar Ursel. Ik voel met ze mee. De zon priemt door de wolken. Het is zon-dag.

El Prat – 20 februari 2018

El Prat Barcelona. Alle luchthavens zijn dezelfde, behalve deze. Of dat denk ik toch. Ik zal het pas zeker weten, als er nog een paar voorbij gekomen zijn. “Waarom?”, hoor ik je denken.
Awel….
Daarnet wandelde ik rustig door de pretparkpoortjes aan de controlepost, je kent dat, broeksriem af, laptop in een tweede bakje waar een gretig kijkende Duitser op aast, snel nog de sleutels uit je zak halen terwijl je met de andere hand de broek omhoog houdt. Broeksriemen hebben wel degelijk nut. Alles rolt lekker richting zwarte flapjes en net als je zelf door de biep-poort bent – the point of no return – valt de frank, of is’t nu een euro? En moet dat niet met een hoofdletter? De GSM is niet te zien op de monitor waar de veel te blauw geklede madam van de seguridad op staart. Miljaar! Die hangt nog aan de 7-kabelige lader in de 2-cylinder Fiat Panda van – hoe heet ie ook alweer – ’t nieuw lief van R, die zo lief was me tot hier te brengen. Ach… ik kan wel 3 dagen zonder, ze sturen m wel op in een dikgevoerd kartonnen doosje.
Ach, Anneke zal me proberen te bereiken maar ze ziet me wel thuis komen vannacht. Ach…. SHIT! Geen idee hoe laat het is! Ik vermoed dat ik op tijd ben maar is dat wel zo? Op het bord staat de vlucht aangeduid met “information porta in 60min”. Hoe laat is het nu? Geen idee. Geen klok in de gang. Geen uur op de 228 monitors (ik heb ze geteld). Geen klok in de Burger King. Geen werkende juist staande uurwerken in de taks-free-shop. Of misschien wel, maar welke van de 42 uurwerken loopt juist? Och, tijd zat dus eerst iets eten in het luxe burger kot. Waar geen klok hangt. Na de smakelijke burger met berg sla neem ik een besluit: Op de borden staat: ““information porta in 60min” – de tijd gaat hier erg traag – en dus maak ik er een punt van een klok te vinden. Gang in gang uit. Toiletten in en uit. Gates, borden, shops, donkere hoekjes. Niets! El Prat is de enige luchthaven zonder uurwerk! Terminal 2 althans. Ik zetel me neer in een te harde stoel bij het wifi-punt en start de laptop. Oef. Nog even tijd. Messenger naar Anneke. Oef, ze heeft het gezien. Laat ik maar een verhaaltje schrijven, denk ik, als op dat moment door de boxen knalt “tattatie tattataaa (ik versta geen jota Spaans op dat tempo) tattatiii Balentien Skeppens tatarrare gate S20”. Wiene? Ikke? Engels: “Personal message to miester Balentien Skeppens, please proceed to port S20.” Woef! De laptop razendsnel in de tas, jas over de schouder en naar S20. Net achter me. Twee vriendelijke ook te blauwe dames houden mijn GSM in de lucht! Leve Albert, die het ding afgegeven heeft aan Ryanair! En jaaaa, hij heet Albert! Welke Catalaan niet? Tenslotte nog een tip of twee: als je iets hoort afroepen met een “persoonlijk boodschap”, ga dan naar de gevraagde gate. Je krijgt er een gratis gsm of ander verloren voorwerp, want mijn ID kaart werd niet gevraagd. En draag een polshorloge. Niets zo handig als een polshorloge!
Shit, waar is mijn boarding pass?